Tijdens het Zermelo Symposium op 18 maart 2026 hebben we verschillende workshops aangeboden. Van enkele presentaties publiceren we een korte samenvatting. Op deze pagina vindt u de belangrijkste punten van de workshop: Clusteren, goede roosters ontstaan niet vanzelf
Zelf clusteren in Phoenix blijft belangrijk, met name in de fase van het maken van proefclusters en -roosters. Atlas en Atlas Nexus zullen prima clusterschema's opleveren, maar maken de schema's op basis van de invoer van de data. Door zelf in Phoenix clusterschema's te maken analyseert u op voorhand waar mogelijke knelpunten zitten die wellicht aangepast moeten worden.
Denk daarbij aan:
aanpassen van de lessenverdeling
aanpassen van het aantal lesgroepen
aanmaken van benodigde deelverzamelingen
Dit zal en kan Atlas (Nexus) niet voor u doen.
Het maken van proefclusters en proefroosters is belangrijk om mogelijke knelpunten te analyseren, ook al zijn de gegevens nog niet compleet. U krijgt inzicht in:
de beschikbaarheid van de docenten in een specifieke afdeling
de pakketkeuzes van leerlingen
de invloed van leerlingen met een lage prognose op het schema
Ons advies is om vroegtijdig (april/mei) al de eerste proefclusters te maken in Phoenix.
Algemene clustertips
Tip 1
Check in Phoenix de vakkenpakketten van de leerlingen. Hoeveel clusterlijnen zijn er minimaal nodig? Zijn er andere zaken die opvallend zijn?
Tip 2
Cluster vakken met 1 lesuur bij voorkeur niet mee.
Tip 3
Start met de instellingen Enkelv/Stand. Gebruik Meerv/Spec. indien nodig.
Meervoudig: lesgroepen naast elkaar op dezelfde clusterlijn
Speciaal: lesgroepen kunnen verticaal gewisseld worden door de automaat
Tip 4
Gebruik schema instellingen.
Max aantal niet indeelbare leerlingen: Hiermee onderzoek u of er een veel beter clusterschema ontstaat als er een aantal leerlingen niet ingedeeld worden. Welke leerlingen zijn dit? Dit geeft inzicht in welke pakketkeuzes het clusterschema nadelig beïnvloeden.
Max aantal extra clusterlijnen: Phoenix mag dit aantal clusterlijnen toevoegen om zo een beter schema op te leveren.
Tip 5
Maak Schema en afwisselen Maximaal Klassikaal / Optimaliseer.
Maak schema: plaatsingsautomaat, geef deze voldoende lang tijd voor een zo goed mogelijke plaatsing.
Optimaliseer: optimaliseert het clusterschema, bijvoorbeeld na het vinden van klassikaal identieke lesgroepen in Maximaal Klassikaal.
Maximaal klassikaal: zoekt naar lesgroepen waarvan de samenstelling gelijk is aan een stamklas op basis van het clusterschema op dat moment.
Wissel Optimaliseer en Maximaal klassikaal meerdere keren af totdat er nauwelijks verbeteringen meer zijn.
Geef alle automaten in Zermelo voldoende tijd op tot goede oplossingen te komen. Maar wat is voldoende tijd?
Dat hangt af van de complexiteit van de inrichting en daarom is het lastig om een exacte tijd aan te geven. Een automaat slechts een paar minuten laten draaien is in de meeste situaties te weinig!
Voor het maken van een proefcluster kunt u de automaten korter laten draaien, maar voor het maken van het definitieve rooster adviseren we Atlas of Atlas Nexus. Houd daarbij de voortgang in de gaten door middel van de getoonde grafieken in het portal.
Clusteren in Atlas en Atlas Nexus gebeurt met veel meer rekenkracht én wisselt zelf Optimaliseer en Maximaal klassikaal af.
Tip 6
Via de menu-optie Standaard blokkades worden clusterlijnen voor vakken met een hogere lessentabel geblokkeerd. Dit kan een kleinere roosterbreedte opleveren, maar geeft geen garantie.
Dit zou er dan zo uit kunnen zien:
Tip 7
Heeft u een extra clusterlijn nodig om een (mooi) clusterschema te krijgen? Probeer dan een klassikaal vak mee te clusteren. Hiermee probeert u de leegloop te 'vangen' in de klassikale groepen.
Voorbeeld:
Tip 8
Bij lesgroepen die u bij voorkeur klassikaal wilt laten maken via Maximaal klassikaal, kunt u een hoger gewicht instellen. Dit is handig bij docenten waarvan u weet dat ze in de loop van het schooljaar met verlof gaan.
Tip 9
Bij het maken van een proefcluster, negeer dan leerlingen met een lage prognose. Gebruik hiervoor de tool Lage prognoses:
Tip 10
Leerlingen met een onvolledig vakkenpakket óf met vrijstellingen voor een klassikaal vak geeft u in de desktop de klassikale vakken ten behoeve van het clusteren. Dit doet u in het scherm Vakkenpakket via de knop Geef klassikale:
Roosterplan
Phoenix bevat de mogelijkheid om een roosterplan te bekijken. Dit geeft een voorzet van hoe het clusterresultaat in het rooster gaat passen. Het is vooral bedoeld om een grove schatting van het benodigde aantal roosterposities te geven als alléén de betreffende afdeling ingeroosterd wordt.
Het roosterplan wordt gemaakt door een eenvoudige roosterautomaat. De 'echte' roosterautomaten in de desktop en in Atlas zijn vele malen krachtiger waardoor er een nog beter roosterplan gemaakt wordt.
Het roosterplan in Phoenix geeft inzicht in de structuur van een afdeling. Het is een analysetool voor mogelijke aanpassingen die u kunt aanbrengen.
Voorbeeld 1: lessenverdeling
Stel dat dit (een gedeelte van) het roosterplan is op basis van een gemaakt clusterschema:
Rechtsboven leest u af dat er 39 roosterposities zijn. Vanaf positie 28 zijn er veel 'witte gaten' te zien waarop in principe lessen geplaatst kunnen worden.
Bekijk de omkaderde les van docent prs. Er zijn in dezelfde regel (klas a) een aantal witte vakjes waar deze les naartoe zou kunnen, maar op elke positie staat er al een les van prs aan andere klassen.
Conclusie: omdat docent prs het vak Nederlands (netl) geeft aan álle stamklassen, zijn er veel meer roosterposities nodig dan op basis van het clusterschema wordt aangegeven (ter info: 35).
Voorbeeld 2: kunst algemeen (kua)
In dit voorbeeld zijn er in totaal 3 lesgroepen voor kunst beeldend (kubv) en kunst muziek (kumu). Het vak kunst algemeen (kua) is verplicht voor de leerlingen met kubv en kumu en daar zijn twee lesgroepen voor gepland.
De lessentabel van kua is 1 en wordt niet meegeclusterd.
Het roosterplan ziet er nu zo uit:
De twee lesgroepen nemen een aparte (extra) roosterpositie in. Door nu de samenstelling van de kua-groepen gelijk te maken aan 1 of 2 kubv/kumu-groepen, wordt in het roosterplan duidelijk dat er een positie minder nodig is:
De samenstelling van lesgroepen aan elkaar gelijk maken doet u in Maximaal klassikaal via de blauwe knop Maak identiek of met behulp van deelverzamelingen.
Strategieën
Een alternatief voor clusteren is het roosteren met stapellessen. Dit is vooral geschikt voor 'moeilijke' afdelingen. Atlas Nexus gebruikt beide strategie:en en bepaalt zelf welke strategie tot het beste resultaat leidt.
Meer informatie over het roosteren met stapellessen: https://support.zermelo.nl/guides/roostermaker/basisrooster-1/basisrooster/lessen-roosteren-2/roosteren-met-stapellessen
Voordeel van clusteren:
geeft structuur in uw rooster
geeft goed doordachte klassikale groepen
Nadeel van clusteren:
beperkt de indelingsmogelijkheden per leerling (die mag niet 2 keer op dezelfde clusterlijn voorkomen)
Voordeel van stapelen:
meer plaatsingsmogelijkheden dan bij clusteren
meer indeelmogelijkheden dan met clusteren
Nadeel van stapelen:
geen structuur
minder identieke groepen
misschien lastiger gedurende het schooljaar
Cluppelen
Een andere strategie is een combinatie van clusteren en stapelen:
eerst clusteren
dan clusterschema verwijderen maar klassikaal gemaakte lesgroepen bewaren (en fixeren)
tenslotte stapellesstrategie of Atlas Nexus
Mogelijk voordeel van cluppelen:
meer structuur dan met stapelen
meer plaatsingsmogelijkheden
meer indeelmogelijkheden
misschien beter te onderhouden gedurende het schooljaar
MAAR: misschien ook helemaal niet.
Cluppelen is geen officiële Zermelo-strategie maar een eigen ideetje. Het geeft aan dat u als roostermaker best eens een ander pad mag bewandelen.
We houden ons aanbevolen voor uw bevindingen en ideeën.