Skip to main content

Clusterindeling van het huidige schooljaar doortrekken naar het volgende schooljaar een goed idee? - Artikelen / Roosteren / Clusteren en indelen - Zermelo Support

Clusterindeling van het huidige schooljaar doortrekken naar het volgende schooljaar een goed idee?

Onderwijskundig, vaak vanuit de docenten geredeneerd, kan de wens bestaan om in de bovenbouw voor alle vakken de clusterindelingen gedurende de gehele bovenbouwperiode gelijk te houden. Docenten kunnen zo beter monitoren of leerlingen wel de gehele examenstof behandeld hebben gekregen, ze kunnen makkelijker wat stof van het ene leerjaar naar het andere overhevelen als dat zo uit komt, en het is altijd fijn voor ze om een groep bekende leerlingen te hebben.

Vanuit de leerling geredeneerd is het maar de vraag of die gebaat is bij slechts één docent voor een vak. Wellicht ligt de manier van lesgeven van een andere collega de leerling veel beter, worden er andere accenten gelegd bij de behandelde stof of klikt het op persoonlijk vlak beter met een andere docent.

Roostertechnisch gezien is het overnemen van een clusterindeling meestal geen goed idee. Een nieuw schooljaar levert in de clustering vaak nieuwe kansen op, maar als de indeling al vast staat, is de kans al verkeken.

Natuurlijk wanneer er niks veranderd is, dan zal uiteindelijk dezelfde clustering als dit jaar best wel eens ook de beste clustering voor komend jaar kunnen zijn. Wanneer u voor elk vak maar één clustergroep heeft, is dit natuurlijk sowieso al geregeld.

Of het nu gaat om alleen mentorbehoud of om het behoud van alle clusterindelingen, elke extra eis aan de clusterindeling maakt dat er minder mogelijke oplossingen zijn.

Als andere omstandigheden wel veranderen kan dit er toe leiden dat er wellicht zelfs helemaal geen (geschikte) oplossingen meer zijn. Hieronder volgen enkele voorbeelden:


Alles is hetzelfde echter één vak heeft een groep minder

Neem als simpel voorbeeld de situatie dat leerlingen uit de vakken ak, gs, fa & sk twee vakken moeten kiezen. Frans en scheikunde mogen niet samen worden gekozen.

Dit leverde dit jaar twee clusterlijnen op. Op clusterlijn 1 staan de keuzevakken ak, gs + fa, op clusterlijn 2 ak, gs + sk.

Deze keuzes worden naar volgend jaar doorgetrokken. Er zijn echter een paar leerlingen blijven zitten en voor volgend jaar staat er nog maar één lesgroep ak op de lessenverdeling.

Omdat er maar één groep is voor de vakken sk en fa zal de groepsindeling daar hetzelfde blijven (met uitzondering van de zittenblijvers uiteraard). Voor ak worden de lesgroepen gefuseerd, dat is dus al een andere groepsindeling. En voor geschiedenis zal de groepsindeling ook anders moeten worden willen we een en ander weer op twee clusterlijnen kunnen plaatsen. Dit zal dan ak+gs & gs+fa+sk worden. Alleen dan kunnen we alle leerlingen zeker indelen.

Leerlingen met fa+gs in het pakket en leerlingen met sk+gs in het pakket komen nu bij elkaar in de lesgroep gs op cluster lijn 1, terwijl ze vorig jaar nog verdeeld zaten over beide groepen. Wanneer de groepsindeling vast was blijven staan was deze oplossing in twee clusterlijnen nooit mogelijk geweest.

Alles is hetzelfde maar er is een zittenblijver met een uniek pakket

Dezelfde vakkeuze als in het vorige voorbeeld. De clusters zijn dit jaar fa+sk+gs & ak+ak+gs. Volgend jaar komt er echter een zittenblijver bij die wel nog fa+sk heeft mogen kiezen. We kunnen de leerling geen nieuwe keuze laten maken, want dan zou de leerling een jaar lesstof van ak of gs hebben gemist.

De clustering zoals deze dit jaar is, kan niet worden gehandhaafd in twee clusterlijnen. Wat wel mogelijk is, is een cluster sk+ak+gs & fa+ak+gs. Leerlingen met gs+fa in het pakket of fa+gs in het pakket zaten vorige jaar nog bij elkaar bij het vak gs. Echter dat is in het nieuwe cluster niet meer mogelijk.

Alles is hetzelfde maar er is één docentwisseling en/of een wisseling in de beschikbaarheid van een docent

Er zijn geen veranderingen bij de leerlingen dit keer. Wel besluit één van de geschiedenis docenten ouderschapsverlof op donderdag in plaats van woensdag op te nemen, waardoor deze docent er voor zorgt dat de clusterlijn waarop de docent dit jaar stond, nu niet meer volledig op donderdag kan worden geroosterd. Echter op woensdag kan de clusterlijn ook niet, want van de andere docenten op de clusterlijn konden er twee ook al niet op woensdag, vandaar dat ze op dezelfde clusterlijn terecht gekomen zijn.

Op een andere clusterlijn die juist op donderdag niet kan, staat toevallig ook een lesgroep geschiedenis, met een andere docent, die wel op alle dagen beschikbaar is. Op deze clusterlijn zou de docent met de nieuwe beschikbaarheid beter passen. De geschiedenis docenten ruilen van clustergroep/clusterlijn zou dus voor het rooster een goede oplossing zijn. Echter dat betekent wel dat ze andere leerlingen in hun groep krijgen.

Of het nu een bestaande docent is met nieuwe beschikbaarheden of een nieuwe docent met andere beschikbaarheden dan zijn of haar voorganger maakt voor het voorbeeld niet uit. In beide gevallen is het roostertechnisch handiger om docenten te ruilen van lesgroep.

Alles is hetzelfde maar er zijn alleen andere mentoren

De mentoren zijn anders dan vorig jaar, dat kan zo maar betekenen dat een beoogd mentor die een keuzevak geeft, volgend jaar een klassikale lesgroep moet krijgen terwijl dat dit jaar nog niet zo was. Dat zal niet alleen die lesgroep, maar ook andere lesgroepen raken.

Alles is hetzelfde maar er is een andere lessentabel

Tijdens het clusteren probeert u zoveel mogelijk vakken met hetzelfde aantal lesuren op dezelfde clusterlijn te krijgen. Dit zorgt er voor dat de clusterbreedte zo laag mogelijk wordt.

Wanneer in het volgende jaar bij een aantal vakken de lessentabel een uurtje hoger of lager is, kan dit voor het oude clusterschema vervelende gevolgen hebben. Het zou goed kunnen zijn dat een ander clusterschema, met een andere clusterindeling, betere roosterresultaten geeft.

Alles is hetzelfde, maar er is een andere lessenverdeling 

Zelfs in het geval dat er in de specifieke afdeling helemaal niets is veranderd, geen enkele zittenblijver, geen mutaties bij docenten en ook de lessentabel is onveranderd, dan nog kan het beter zijn om de afdeling voor volgend jaar anders te clusteren. Die ene afdeling staat namelijk niet op zich. We hebben ook nog te maken met andere afdelingen waar de betrokken docenten ook les aan geven. De lessenverdeling voor die andere afdelingen kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat je een bepaalde docent komend jaar graag een (extra) klassikale lesgroep wilt geven, omdat deze in andere clusterafdelingen relatief meer wordt ingezet dan in het huidige jaar.

Het clusterschema waar we het jaar mee begonnen is niet hetzelfde als waar we mee eindigden

We gaan er van uit dat het clusterschema, waarmee het schooljaar gestart is, het meest ideale schema was voor het rooster. Echter met alle pakketwijzigingen die tussendoor hebben plaatsgevonden en leerlingen die om andere redenen van lesgroep verplaatst zijn, bijvoorbeeld zodat ze met elkaar mee kunnen fietsen, is het schema aan het einde van het schooljaar niet meer zo ideaal. Groepsgroottes zijn wat schever. Leerlingen met hetzelfde pakket zijn niet meer op eenzelfde manier ingedeeld et cetera. Deze minder ideale situatie ben je nu wel verplicht over te nemen naar volgend jaar, en eventueel nog een jaar verder. Dat is een gemiste kans.

Conclusie

Er zijn diverse scenario’s denkbaar waarin het beter is de indeling van leerlingen elk jaar zo vrij mogelijk te houden. Het komt het rooster van de leerlingen, maar ook van de docenten, ten goede als we kijken naar bijvoorbeeld tussenuren en laatste uren. Onderwijskundig doe je dan wel een concessie: Niet alle leerlingen blijven (in dezelfde samenstelling) bij de oude docent. De vraag is nu wat je als organisatie zwaarder wilt laten wegen.