Skip to main content

Instellingen voor de formatie - Artikelen / Formatie / Algemeen - Zermelo Support

Instellingen voor de formatie

Inleiding

Er is een aantal instellingen, veelal school specifiek, die u in dient te richten voor uw formatie. Het gaat hierbij om basisinstellingen, de onderwijsvraag (geplande groepen en lessen) en het onderwijsaanbod (het personeel).

 Beheer > Roosterprojecten > Projectinstellingen

 Onderwijs

 Personeel


Basisinstellingen

  1. Bepaal de berekeningswijze voor AST en DB
  2. Welke soorten verlof kent de school? Bepaal per verlofsoort of ze reductie van AST, DB en PB geven.
  3. Bepaal voor een uitbreiding het percentage AST en DB dat berekend moet worden.
  4. Welke soorten taakgroepen en taken zijn er binnen de organisatie?
  5. Welke taken worden dit jaar gebruikt (geactiveerde taken) en welke budgetten zijn daarvoor gegeven?

Instellingen voor het bepalen van de onderwijsvraag

  1. Wat is de standaard maximale groepsgrootte?
  2. Welke afdelingen wijken hiervan af? Wat zijn daar de maximale groepsgroottes? Haal overbodige vinkjes weg.
  3. Controleer handmatige instellingen voor het aantal leerlingen of klassen op een afdeling. 
  4. Voor hoeveel klokuren geldt een normale les?
  5. Welke afdelingen hebben een afwijkende klokurenvergoeding?
  6. Welke vakken op een afdeling hebben een afwijkende klokurenvergoeding?
  7. Moeten leerlingen die een vak sprokkelen, meegeteld worden voor de formatie?
  8. Is duidelijk afgesproken wie eventuele groepen koppelt? En wie bepaalt een eventuele afwijkende lessentabel voor een groep?
  9. Zijn er lessen waarvoor de vergoeding gecorrigeerd moet worden op basis van het gepland aantal leerlingen in de groep?

Instellingen voor het bepalen van de inzetmogelijkheden van het personeel

  1. Hoeveel lessen mag een fulltimer geven?
  2. Zijn de tijdvakken goed gevuld? Er moet minimaal een week staan in een tijdvak om zinvol te kunnen rekenen.
  3. Tellen de tijdvakken allemaal even zwaar of wordt er per week gerekend?
  4. Hebben alle docenten een persoonlijk budget-regel of een startersvergoeding?
  5. Sluit de berekening van de startersvergoeding aan bij die van Zermelo? (10 of 20% x max. aantal lessen fulltimer x standaard lesvergoeding x wtf)
  6. Krijgen docenten een toeslag voor lesoverschot (bv CAO van OMO)?
  7. Standaard wordt berekend hoeveel lessen een docent zou moeten geven. Zijn er docenten waarvoor een correctie berekend moet worden?
  8. Wordt de landelijke CAO gevolgd voor het bepalen van het aantal beschikbare dagen en dagdelen?