Skip to main content

Aangepaste Cao voor OMO-scholen - Artikelen / Formatie / CAO - Zermelo Support

Aangepaste Cao voor OMO-scholen

Inleiding

OMO-scholen hebben een eigen CAO, met daarin twee regelingen die niet voorkomen in de reguliere CAO-VO en een regeling die anders is: TWAO, duurzame inzetbaarheid, en de startersregeling. In deze handleiding laten wij zien welke instellingen u kunt doen en welke formatiefuncties u kunt gebruiken om deze regelingen in te bouwen in de Formatiemodule in het portal. De instellingen gelden per Roosterproject (per schooljaar), dus indien u meerdere projecten in uw portal heeft zitten (omdat er verschillende scholen in een portal zitten), dan moet u deze aanpassingen doen in elk project. De instellingen zullen bij het aanmaken van een volgend schooljaar wel mee gekopieerd worden. Zolang de CAO dus niet verandert hoeft u deze inrichting maar eenmalig te doen.

Beheer > Roosterprojecten > Projectinstellingen

 Personeel > Persoonlijk budget

 Personeel > Formatie > Formatiefuncties

Duurzame inzetbaarheid

De regeling

De werknemer heeft vanaf 1 augustus van het schooljaar waarin hij de leeftijd van 57 jaar bereikt tot en met het schooljaar waarin hij de leeftijd van 67 jaar bereikt recht op verlaging van de jaartaak met 10% per jaar voor een volledig schooljaar waarbij een eigen bijdrage van 30% geldt. Voor de categorie OOP in de loonschalen 1 t/m 8 geldt een eigen bijdrage van 20%.

De uitwerking

Om deze regeling in te voeren, maken we gebruik van de module Persoonlijk budget in het portal. Echter komen de getallen van het persoonlijk budget niet overeen en moeten we deze aanpassen. Deze kunt u project-breed aanpassen, zodat deze voor alle docenten direct geregeld zijn. De duurzame inzetbaarheidsregeling van OMO heeft grote overeenkomsten met de persoonlijk budget-regeling van de reguliere CAO.

Voor het wijzigen van de instellingen van persoonlijk budget gaat u in uw portal naar Beheer > Roosterprojecten > Projectinstellingen. Daar vindt u de instellingen voor het persoonlijk budget.

Deze standaard getallen dient u aan te passen in de getallen die staan bij de kolom OMO:

Persoonlijk Budget Standaard OMO
Basis 50 0
1e aanvulling 120 166
2e aanvulling 170 0

Daarnaast dient u ook de Lesreductie voor volledig gebruik basis en aanvullend PB in te vullen. De jaartaak wordt met 10% verlaagd, dus ook de lestaak. Bij een maximale lestaak van 22 dient u hier de waarde 2,2 in te vullen.

Vervolgens kunt u de reguliere handleiding volgen voor Persoonlijk Budget. Wanneer een docent aanspraak wil maken op de duurzame inzetbaarheid, dan geeft u aan dat de docent de 1e aanvulling op gaat nemen. In het geval van duurzame inzetbaarheid is de gekozen doelbesteding altijd verlof. U dient naast het invullen van het persoonlijk budget bij een docent, ook een verlof aan te maken voor deze docent met als verloftype "Persoonlijk budget verlof".


Medewerker wordt gedurende het schooljaar 57 jaar

Iedereen die gedurende het schooljaar 57 jaar wordt, mag gebruikmaken van de regeling Duurzame Inzetbaarheid. Dit is waar deze regeling afwijkt van de aanvullende regeling van het Persoonlijk Budget. Binnen het Persoonlijk Budget hebben medewerkers recht op deze aanvulling vanaf de eerste volle maand dat de medewerker 57 is.

Om toch via het Persoonlijk Budget de Duurzame Inzetbaarheidsregeling te kunnen gebruiken voor medewerkers die gedurende het schooljaar 57 jaar worden, kan de formatiebeheerder bij de desbetreffende medewerkers een vinkje zetten in de kolom BAPO?, van de BAPO-overgangsregeling. Deze kolom staat standaard verborgen en kunt u oproepen via het rechtermuisknopmenu.

 
TWAO

De Regeling:559 klokuur op jaarbasis

Hieronder vallen alle overige activiteiten zoals de koptaken, deskundigheidsbevordering, organisatie en overleg en het geven van extra lessen. De verdeling en besteding van de uren vindt, conform het TWAO-principe, plaats op individueel niveau in overleg tussen docent en leidinggevende. Met instemming van de PMR wordt de inhoud en omvang bepaald van het collectieve deel aan deskundigheidsbevordering en organisatie en overleg op niveau van de school of op een ander niveau zoals team, afdeling sectie enzovoort.

De volgende piketpalen gelden binnen dit onderdeel:

a. 280 uur is uitsluitend bestemd voor de professionele ruimte waarvan minimaal 140 uur beschikbaar is voor plaats- noch tijdgebonden individuele deskundigheidsbevordering en minimaal 50 uur voor organisatie en overleg. Deze 280 uur zijn niet bestemd voor lessen of koptaken. Onder organisatie en overleg wordt onder meer verstaan: surveillance (zoals pauzesurveillance en ingeroosterde beschikbaarheidsuren ten behoeve van opvang van klassen), plenaire vergaderingen, teamvergaderingen, sectievergaderingen voor zover deze zijn ingeroosterd binnen de jaarplanning, gesprekken die op grond van de CAO plaatsvinden, open dagen. Surveillance die uitgaat boven de collectief afgesproken norm voor organisatie en overleg wordt opgenomen als koptaak en maakt dan als zodanig deel uit van het schooltakenplan. De professionele ruimte richt u in bij Beheer > Projectinstellingen via AST en DESK.

b. 279 uur is bestemd voor koptaken en/of het geven van extra lessen.

  • De werkgever kan één les binnen dit TWAO-deel opleggen. Overige extra lessen kunnen alleen met instemming van het personeelslid afgesproken worden 

c. Voor het geven van lessen binnen het TWAO-deel geldt voor een les van 50 minuten de volgende opslagfactor:
  a. 1e lesuur = 60 klokuur (factor 1,2)
  b. 2e lesuur = 65 klokuur (factor 1,3)
  c. 3e lesuur = 70 klokuur (factor 1,4)
  d. 4e lesuur = 84 uur (factor 1,68)

U maakt in het portal een nieuwe formatiefunctie aan voor punt c van deze berekening. De extra lestoeslag genoemd bij punt c is naar rato van de aanstelling.

De uitwerking

Hiervoor gaat u naar Personeel > Formatie > Formatiefuncties en kies u voor <Toevoegen>. U geeft uw formatiefunctie een naam en kiest voor de volgende instellingen:


Wanneer de formatiefunctie toegevoegd is, kunt u aan de rechterkant van het scherm op de knop met het vergrootglas klikken om de staffelfunctie te bewerken. In het geopende scherm klikt u vervolgens op <Schijf toevoegen> om een stap toe te voegen. Wanneer u lessen heeft met een lesvergoeding van 50 klokuren op jaarbasis, dan vult u de volgende tabel in:

lesuren extra klokuren / les
1 10
2 15
3 20
4 34

Indien u een andere lesvergoeding (LVG) heeft dan 50 klokuren per les, zult u zelf moeten uitrekenen welke getallen er moeten komen te staan. 

Let op dat dan ook het maximaal aantal lessen per aanstelling en de vergoeding per lesuur omgerekend moeten worden!

Startende docent

De regeling

In de OMO-cao is ook het een en ander geregeld voor de startende docent. Deze regeling wijkt af van de cao-vo voor startende docenten en dus kunt u hiervoor niet de Startersregeling uit het portal gebruiken. In de cao-vo krijgt een startende docent lesreductie, in de OMO-cao krijgt een startende docent een hogere lesvergoeding.

Volgens OMO-cao artikel E3.5 geeft een startende docent maximaal 22 lessen met een klokuurvergoeding van 1379 uur in de eerste twee jaar als docent. De lesvergoeding gaat met 279 uur voor 22 lessen omhoog. De overige 280 uur wordt gebruikt als professionele ruimte. 

De uitwerking

Om dit correct in Zermelo te verwerken maakt u een taak aan (eventueel met eigen taakgroep) bij Beheer > Portal-inrichting > Taken, bijvoorbeeld genaamd "starter". U activeert deze taak bij Personeel > Takenverdeling > Geactiveerde taken en u kent deze taak toe aan de startend docent in het tabblad Takenverdeling. Vervolgens berekent u zelf de omvang van de taak bijvoorbeeld met een van de volgende berekeningen:

aantal te geven lessen * ((1379/22)-50)

of

wtf * 279

De uitkomst hiervan vult u in bij de toegekende taak van de startende docent in de modus bewerken.